Of het nu op toeristische trekpleisters is of in de Parijse parken en tuinen, langs de trottoirs of op de daken, duiven zijn alomtegenwoordig in de hoofdstad en maken deel uit van de stedelijke fauna. En hoewel het bijna onmogelijk is om door de straten van de hoofdstad te slenteren zonder deze vogels tegen te komen, komt er soms een vreemde observatie bij je op: heb je ooit een babyduif gezien? Ja, er zijn maar weinig Parijzenaars die kunnen beweren dat ze ooit met eigen ogen een babyduif hebben gezien. Het mysterie wordt dikker en dan rijst de vraag: waarom zien we nooit een babyduif in Parijs?
In de Lichtstad zijn er over het algemeen drie soorten duiven: de rotsduif, ook wel bekend als de passagiersduif, de houtduif en de duif. De eerste is een rotssoort: hij nestelt in rotswanden of gaten die vaak door mensen zijn gebouwd. De tweede, een boombewonende soort, nestelt in bomen. De holenduif tenslotte nestelt het liefst in boomholtes.
Het is dus niet makkelijk om oog in oog te staan met een duivennest. En toch is dat waar hun jongen zich bevinden: ze verlaten de wieg van de familie pas als ze volwassen zijn, na drie weken. Dat klopt, ze groeien snel! En daarom zie je duiven nooit in gezelschap van hun jongen. Nu weten we dat je nog één vraag in je hoofd hebt: hoe ziet een babyduif eruit? Ontdek het hieronder!



















