De burgemeester werd in de 12e eeuw in Frankrijk geïntroduceerd: de feodale heer koos iemand die moest zorgen voor de veiligheid van de bewoners en het economisch welzijn van de gemeente. Pas vanaf de Franse Revolutie worden burgemeesters door de bevolking gekozen. De rol van burgemeester verdwijnt en herneemt telkens afhankelijk van de politieke onrust die Frankrijk teistert.
Dit is precies een van de politieke omwentelingen die Parijs zijn burgemeester ontnemen. In 1871 schudt de Parijse Commune de stad flink door, met hevige gevechten tussen de regering en arbeiders, ambachtslieden en armen. Dit gebeuren zet de regering aan tot het afschaffen van het stadhuis van Parijs: de hoofdstad blijft zonder burgemeester achter.
Van 1871 tot 1977 werd Parijs bestuurd door een voorzitter van de gemeenteraad, die elk jaar werd gekozen. De gemeenteraad van Parijs werd echter voor een periode van drie jaar verkozen via een meerderheidsstemmingsstelsel via tweerondenstelsel, hetzelfde kiesstelsel dat vandaag de dag nog steeds wordt gebruikt voor de Franse Kamerleden.
Deze situatie blijft bestaan tot in 1977. Toen besloot de Franse president Valéry Giscard d’Estaing om de gemeenteraadsverkiezingen in Parijs opnieuw in te voeren. De Parijzenaren konden vanaf dat moment opnieuw hun burgemeester kiezen, zij het via een indirecte algemene stemming: de inwoners stemmen op een lijst, en de gekozen gemeenteraadsleden benoemen vervolgens de burgemeester.
De eerste burgemeester van Parijs in onze moderne tijd was Jacques Chirac, die in 1977 werd verkozen. Hem volgden Jean Tiberi, Bertrand Delanoë en momenteel Anne Hidalgo. De Parijzenaren zullen binnenkort dus stemmen voor de 5e burgemeester van de hoofdstad sinds de Commune.















