Hartje in het 20e arrondissement, te midden van de gebouwtjes, ligt een klein juweeltje verscholen. Een overlevende, een tijdcapsule die de drukte van de stad trotseert: het Pavillon de l'Ermitage. Dit is geen glitterende attractie, geen typisch Parijse icoon dat je op alle ansichtkaarten ziet, maar eerder een
Om het te vinden, moet je een uitstapje maken naar de wijk Porte de Bagnolet, net buiten Parijs, in een onverwachte hoek. Achter een bescheiden hek ligt een klein tuin dat zich opent en het Pavillon onthult. Het lijkt wel een charmant landhuisje, rechtstreeks uit een tekening van Watteau, aangelegd alsof door een betovering.
Het is het laatste overblijfsel van kasteel van Bagnolet, een uitgestrekt landgoed dat ooit toebehoorde aan Regent Philips d'Orléans, en later aan de hertogin van Orléans, Anne-Marie de Bourbon, in de achttiende eeuw. Het vormt ook een zeldzaam voorbeeld van een pavillon uit de Régence-periode.
Stel je voor: in die tijd was dit gebied slechts uitgestrekte velden, Franse tuinen en weelderige bossen. De hertogin, vermoeid door de protocollen van Versailles en het weelderige Paris, trok zich hier terug om te genieten van de eenvoudige geneugten van het landelijke leven. In die romantische, idyllische sfeer liet ze tussen 1722 en 1727 dit kleine gebouwtje verrijzen: een hermitage waar men thee dronk, las of gewoonweg de rust opzocht, ver weg van de drukte van de wereld.
Wat meteen opvalt bij het ontdekken van het Pavillon de l’Ermitage, is zijn intieme schaal. Geen imposante zuilen of enorme fresken, maar een subtiele elegantie. Binnen vind je gezellige salons met fijne houten panelen en originele muurschilderingen.
Helaas zijn rondleidingen er niet vaak mogelijk, maar u kunt het van buitenaf bekijken via de tralies, want het paviljoen en de tuin zijn goed te zien.
Deze pagina kan elementen bevatten die met AI zijn ondersteund, meer informatie hier.















